66

Bovendien heeft de vooruitgang van de geschiedenis van de Kerk tot het achterhalen van een bepaald soort klerikalisme geleid, dat ertoe neigt alles wat de leken betreft te misvormen door aan hen dubbele intenties toe te schrijven. Tegenwoordig is het eenvoudiger te begrijpen dat het Opus Dei niet meer en niet minder beleeft en verkondigt dan dit: de goddelijke roeping van de gewone christen, met een duidelijke bovennatuurlijke inzet.

Als ik hoor zeggen: de katholieken dringen alle maatschappelijke milieus binnen, dan verlang ik vurig naar het ogenblik dat ieder begrijpt dat het een klerikale uitdrukking is. Op het Opus Dei kan zo'n zin tenminste niet toegepast worden. De leden van het Werk hebben het niet nodig om de tijdelijke structuren binnen te dringen, want als gewone burgers waren ze, net als de anderen, er altijd al in.

Als God iemand die in een fabriek of in een ziekenhuis of in het parlement werkt tot het Opus Dei roept betekent dat, dat die mens van dat ogenblik af vastberaden de middelen gebruikt om zijn beroep met de genade van God te heiligen. Er gebeurt niets anders dan dat hij zich bewust wordt van de radicale eisen van de boodschap van het evangelie, in overeenstemming met de specifieke roeping van iedere mens.

Het idee dat deze bewustwording tot gevolg heeft dat je het gewone leven moet verlaten is alleen maar van toepassing op mensen, die door God tot het religieuze leven geroepen worden, met zijn contemptus mundi, de verachting van de wereldse dingen. Maar te doen alsof het verlaten van de wereld de essentie of de uiterste consequentie van het christendom is, is gewoon absurd.

Het Opus Dei brengt zijn leden dus niet een bepaald milieu binnen, want de leden - ik herhaal het - waren daar altijd al; en er is voor hen geen reden om het te verlaten. Bovendien komen roepingen voor het Opus Dei, die door de genade van God en door het zojuist genoemde apostolaat van vriendschap en vertrouwen gewekt worden, voor in alle milieus.

Misschien vormt juist die ongecompliceerdheid van karakter en handelwijze van het Opus Dei een moeilijkheid voor mensen die van binnen ingewikkeld zijn en blijkbaar niet in staat om iets wat oprecht en oorspronkelijk is te begrijpen.

Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die niet begrijpen wat het Opus Dei eigenlijk is. Het verbaast ons niet. De Heer waarschuwde zijn leerlingen al voor al die moeilijkheden toen Hij zei: non est discipulus super magistrum (Mt 10,24), de leerling staat niet boven de meester. Niemand kan verlangen dat hij door alle mensen gewaardeerd wordt, maar ieder heeft wel het recht om als mens en als kind van God gerespecteerd te worden. Helaas zijn er fanatici die hun ideeën op totalitaire wijze aan anderen proberen op te dringen. Die zullen nooit de liefde begrijpen die de leden van het Opus Dei voor de persoonlijke vrijheid van andere mensen hebben en natuurlijk ook voor hun eigen persoonlijke vrijheid, die steeds verbonden is met persoonlijke verantwoordelijkheid.

Ik herinner me een zeer tekenende anekdote. In een stad, waarvan het niet verstandig zou zijn de naam te noemen, beraadslaagde de gemeenteraad over de financiële steun aan een vormingsinstituut dat door leden van het Opus Dei geleid wordt. Het vervult, zoals alle gemeenschappelijke instellingen van het Opus Dei, duidelijk een maatschappelijke taak. Het merendeel van de raadsleden was vóór steun. Een lid, een socialist, merkte bij de motivering van het verzoek op dat hij het werk van deze instelling persoonlijk kende. Hij zei: “Het werk van dat studentenhuis onderscheidt zich van andere zo gunstig, omdat de leiders ervan aan de persoonlijke vrijheid van het individu zoveel waarde hechten. Daar wonen studenten van allerlei godsdiensten en wereldbeschouwingen samen”. De communistische gemeenteraadsleden stemden tegen het voorstel. Een ervan gaf tegenover zijn socialistische collega de volgende verklaring voor zijn beslissing: “Ik heb er tegen gestemd, want als u gelijk hebt dan is dat huis een doeltreffende propaganda voor het katholicisme”.

Wie de vrijheid van andere mensen niet respecteert of tegen de Kerk is, kan een apostolisch werk niet waarderen. Ook dan ben ik als mens toch verplicht om de ander te respecteren en te proberen hem tot de waarheid te brengen. En als christen ben ik verplicht hem te beminnen en voor hem te bidden.

Verwijzingen naar de H. Schrift
Dit punt in een andere taal