Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Vrienden van God > Gebedsleven > Punt 244
244

Ik heb nooit genoeg gekregen en zal met de hulp van Gods genade ook nooit genoeg krijgen van het spreken over bidden. Het was in het jaar 1930, toen er mensen van allerlei rang en stand —studenten, arbeiders, gezonde en zieke mensen, rijken en armen, priesters en leken— naar mij, jonge priester, toe kwamen met de bedoeling de Heer meer van nabij te vergezellen. Ik gaf hun altijd de raad: bidt. Maar als iemand antwoordde met ‹ik weet zelfs niet hoe ik moet beginnen›, spoorde ik hem aan de aanwezigheid van de Heer te zoeken. En ik zei hem ook aan Hem zijn ongerustheid, zijn angst te onthullen met diezelfde klacht: Heer, ik weet niet hoe! En heel wat keren kreeg in die nederige en vertrouwelijke gesprekken de intimiteit met Christus vorm, ontstond een regelmatige omgang met Hem.

Er zijn heel wat jaren voorbijgegaan en ik ken nog steeds geen ander recept. Als u denkt niet voldoende voorbereid te zijn, ga dan naar Christus, zoals zijn leerlingen deden: Heer, leer ons bidden (Luc 11, 1). U zult ontdekken hoe de Heilige Geest onze zwakheid te hulp komt. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen (Rom 8, 26). Verzuchtingen die niet naverteld kunnen worden bij gebrek aan woorden die de diepgang ervan weergeven.

Het kan niet anders of het woord van God maakt ons standvastig! Er is niets van eigen vinding wanneer ik in de uitoefening van mijn priesterambt onophoudelijk en onvermoeibaar dat herhaald en herhaald heb. Het komt recht uit de Heilige Schrift, waar ik het vandaan heb. Heer, ik weet niet hoe ik me tot U moet wenden! Heer, leer ons bidden! Zo verkrijgen we heel de liefdevolle steun van de Heilige Geest —licht, vuur, stormwind— die de vlam aansteekt en doet branden om haarden van liefde te ontsteken.

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende