Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Vrienden van God > Vrijheid, een godsgeschenk > Punt 25
25

Denk eens aan het verheven moment waarop de Aartsengel Gabriël aan de Heilige Maagd het plan van de Allerhoogste aankondigt. Onze Moeder luistert en stelt vragen om beter te begrijpen wat de Heer van haar verlangt; en dan klinkt onmiddellijk haar klare antwoord: fiat (Luc 1, 38) —mij geschiede naar uw woord!— vrucht van de allerhoogste vrijheid, dat is kiezen voor God.

In alle geheimen van ons katholieke geloof werkt die lofzang op de vrijheid na. De Allerheiligste Drie-eenheid brengt in een vrije opwelling van liefde de wereld en de mens uit het niets te voorschijn. Het Woord daalt uit de Hemel neer en neemt ons vlees aan, gemerkt met het prachtige zegel van vrijheid in onderworpenheid: Toen zei Ik: Hier ben Ik. Zoals er in de boekrol over Mij geschreven staat, Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen (Heb 10, 7). Als het uur aanbreekt dat door God is vastgesteld om de mensheid vrij te kopen van de slavernij der zonde, zien we Jezus Christus op Getsemane. Hij lijdt smartelijk, tot bloedzwetens toe (vgl. Luc 22, 44). Hij neemt vrijwillig en edelmoedig het lijden, dat de Vader van Hem vraagt, op zich: Zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders (Jes 53, 7). In een van de gesprekken waarin Hij zijn hart had opengelegd, opdat wie Hem lief zouden hebben, zouden weten dat Hij de Weg was —de enige— om tot de Vader te komen, had Hij aan de zijnen aangekondigd: Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef, om het weer terug te nemen. Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf. Macht heb ik om het te geven en macht om het terug te nemen (Joh 10, 17-18).

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende