Josemaría Escrivá Obras
 
 
 
 
 
 
  Vrienden van God > Moeder van God, onze Moeder > Punt 286
286

Leermeesteres van de hoop. Maria verkondigde: van heden af prijst elk geslacht mij zalig (Luc 1, 48). In menselijke termen zou men zich kunnen afvragen waar die hoop op gebaseerd was? Wie was zij voor de mannen en vrouwen van toen? De grote vrouwen van het oude testament —Judit, Ester, Debora— verwierven al hier op aarde menselijke roem, zij werden door het volk toegejuicht, geprezen. De troon van Maria is de troon van haar Zoon, het Kruis. En de rest van haar leven, tot zij met lichaam en ziel ten hemel werd opgenomen, maakt haar zwijgende aanwezigheid indruk op ons. De heilige Lucas, die haar goed kende, vermeldt, dat zij bij de eerste leerlingen was, in gebed. Zo beëindigde zij, die door alle schepselen tot in eeuwigheid eer gebracht zou moeten worden, haar dagen hier op aarde.

Wat steekt de hoop van onze Vrouwe schril af tegen ons ongeduld. We dringen er vaak bij God op aan, dat Hij ons het kleine beetje goed dat we voor Hem tot stand gebracht hebben, terstond beloont. De eerste moeilijkheid doet zich nog niet voor, of we beklagen ons. Wij zijn vaak niet in staat de poging door te zetten, de hoop niet te verliezen. Omdat ons geloof te kort schiet: Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is (Luc 1, 45).

[Print]
 
[Verzend]
 
[Palm]
 
[Bewaar]
 
Vertaal het punt naar:
Vorige Zie hoofdstuk Volgende