Josemaría Escrivá Obras
102

Homilie gehouden op Paaszondag, 26 maart 1967



Christus leeft. Aan deze waarheid ontleent ons geloof zijn volle inhoud. Jezus, die aan het kruis gestorven is, is verrezen. Hij heeft gezegevierd over de dood, over de macht van de duisternis, over smart en doodsangst. Vrees niet. Met deze woorden begroette een engel de vrouwen die naar het graf gingen. Vrees niet. Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is. Hij is verrezen, Hij is niet hier (Mc 16, 6). Haec est dies quam fecit Dominus, exultemus et laetemur in ea, dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laat ons hem vieren in blijdschap (Ps 117, 24).

De paastijd is een tijd van vreugde, van een vreugde die niet alleen geldt voor deze periode van het kerkelijk jaar, maar die altijd in het hart van de christen aanwezig is. Want Christus leeft! Christus is niet iemand uit het verleden, iemand die een aantal jaren geleefd heeft, weer verdween en ons een prachtige herinnering en een aangrijpend voorbeeld heeft nagelaten.

Nee, Christus leeft. Jezus is de Emmanuel: God met ons. Zijn verrijzenis openbaart ons dat God de zijnen niet in de steek laat. Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? Heeft een moeder niet te doen met het kind van haar schoot? En al zou een moeder haar kind vergeten, neen, Ik vergeet u nooit! (Jes 49, 14-15). Dat had Hij ons beloofd en Hij heeft zijn belofte gehouden. God vindt nog steeds zijn vreugde onder de mensenkinderen (zie Spr 8, 31).

Christus leeft in zijn Kerk.“Ik zeg u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden.”[Joh 16, 7). Dat was het plan van God: Jezus heeft ons de geest van waarheid en leven gegeven door zijn dood aan het kruis. Hij leeft voort in zijn Kerk, in haar sacramenten, in haar liturgie, in haar prediking, in heel haar handelen.

Christus blijft in het bijzonder onder ons tegenwoordig in deze dagelijkse overgave in de heilige Eucharistie. Daarom is de Mis het centrum en de wortel van het christelijk leven. In elke Mis is Christus in zijn geheel aanwezig, met Hoofd en Lichaam. Per Ipsum, et cum Ipso, et in Ipso; door Hem, en met Hem, en in Hem. Want Christus is de Weg, de Middelaar, in Hem vinden we alles, zonder Hem blijft ons leven leeg. In Jezus Christus, en door Hem onderricht, durven wij zeggen — audemus dicere Pater noster, onze Vader. Wij durven de Heer van hemel en aarde vader te noemen.

De aanwezigheid van de levende Jezus in de heilige hostie is de waarborg, de bron en de voltooiing van zijn aanwezigheid in de wereld.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende