Josemaría Escrivá Obras
144

Als je Maria zoekt zul je Jezus vinden en je zult een beetje meer begrijpen van wat er in zijn goddelijk hart omgaat. Hij vernedert zich, Hij wil zijn macht en majesteit niet gebruiken maar neemt de gedaante aan van een slaaf (zie Fil 2, 6-7). Menselijk gesproken beperkt God zich niet tot wat essentieel en onontbeerlijk is voor onze redding, Hij gaat veel verder. We kunnen dit alleen maar tot op zekere hoogte vatten door te bedenken dat Hij geen maat kent, dat Hij handelt vanuit de dwaasheid van de liefde die Hem zo ver brengt dat Hij ons vlees aanneemt en het belast met het gewicht van onze zonden.

Hoe is het mogelijk dat we dat beseffen en in onze liefde voor Hem ons verstand niet verliezen? We moeten de waarheden van ons geloof tot ons laten doordringen, zodat ze heel ons leven kunnen omvormen. God houdt van ons. De Almachtige, die hemel en aarde heeft gemaakt, houdt van ons!

God interesseert zich zelfs voor de kleinste dingen van zijn schepselen — voor die van jou en die van mij — en Hij roept ieder van ons bij onze naam (zie Jes 43, 1). Door deze zekerheid die het geloof ons geeft, gaan we de wereld om ons heen met andere ogen zien. Alles blijft hetzelfde en toch is alles anders, omdat alles de uitdrukking is van de liefde van God.

Ons leven verandert zo in een voortdurend gebed, in een onveranderlijk goed humeur en in constante vrede, in een acte van dankbaarheid die de hele dag voortduurt. Mijn hart prijst hoog de Heer, zong de Maagd Maria, van vreugde juicht mijn geest om God mijn redder; daar Hij welwillend neerzag op de kleinheid van zijn dienstmaagd. En zie, van heden af prijst elk geslacht mij zalig omdat Hij aan mij zijn wonderwerken deed, en heilig is zijn Naam (Lc 1, 46-49).

Ons gebed kan zich met dat van Maria verenigen en we kunnen haar nadoen. Ook wij zullen de behoefte voelen om te zingen en de wonderwerken van God te verkondigen, om de hele mensheid en alle schepselen in ons geluk te laten delen.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende