185

Sereen als kinderen van God

Misschien zeg je nu: maar er zijn weinig mensen die dat willen horen, laat staan in praktijk brengen. Dat weet ik: de vrijheid is een sterke en gezonde plant die het slecht doet tussen stenen en dorens of op door de mensen platgetrapte wegen (zie Lc 8, 5-7). Dat was ons al aangekondigd, zelfs voordat Christus op aarde kwam.

Denk aan de woorden van de psalm: Waarom razen de volken, bluffen de naties? De koningen der aarde staan op, de vorsten spannen samen tegen de Heer en zijn Gezalfde (Ps 2, 1-2). Zie je? Niets nieuws. Ze verzetten zich al tegen Christus voordat Hij geboren werd; ze hebben zich tegen Hem verzet toen zijn vredelievende voeten over de wegen van Palestina gingen; ze hebben Hem daarna en ook nu vervolgd door de leden van zijn mystiek Lichaam aan te vallen. Waarom zoveel haat, waarom dat woeden tegen onschuldige eenvoud, waarom dat universele onderdrukken van de gewetensvrijheid?

Laten wij hun ketenen verbreken, hun boeien werpen wij af (Ps 2, 3). Ze breken het zachte juk, gooien de last van zich af, die prachtige last van heiligheid en rechtvaardigheid, van genade, liefde en vrede. Ze worden razend op de liefde, lachen om de weerloze goedheid van een God die zijn legioenen engelen niet wil inzetten om zich te verdedigen (zie Joh 18, 36; Mt 26, 52-54). Misschien zouden ze nog proberen tot een vergelijk met deze God te komen, als Hij een compromis zou willen sluiten; als Hij enkele onschuldigen zou opofferen om het de meerderheid van de schuldigen naar de zin te maken. Maar dat is niet de logica van God. Onze Vader is echt een vader, en Hij is bereid duizenden mensen die kwaad doen te vergeven, als er maar tien rechtvaardigen zijn (zie Gen 18, 32). Degenen die door haat worden gedreven kunnen deze barmhartigheid niet begrijpen, en de schijnbare straffeloosheid op aarde sterkt hen in hun gedrag dat gevoed wordt met ongerechtigheid.

Die in de hemel woont, lacht om hen, de Heer lacht hen uit. Dan dreigt Hij hen toornig, doet hen beven voor zijn gramschap (Ps 2, 4-5). Hoe gegrond is de toorn van God en hoe terecht is zijn woede, maar ook: hoe groot is zijn genade!

Ik echter ben door Hem tot koning aangesteld op Sion, zijn heilige berg. Nu wil ik de beslissing van de Heer verkondigen. Hij heeft mij gezegd: Gij zijt mijn zoon, Ik heb u heden verwekt (Ps 2, 6-7). De barmhartigheid van God de Vader heeft ons zijn Zoon als koning gegeven. Wanneer Hij dreigt wordt Hij vertederd; wanneer Hij ons zijn woede aankondigt geeft Hij ons zijn liefde. Gij zijt mijn zoon: Hij richt zich tot Christus en Hij richt zich tot jou en tot mij, als wij maar het besluit nemen een alter Christus, ipse Christus te zijn, een andere Christus, Christus zelf.

Woorden kunnen niet weergeven wat er omgaat in een hart dat de goedheid van God ervaart. Hij zegt ons: Gij zijt mijn zoon! Geen vreemdeling, geen dienaar die welwillend wordt behandeld, geen vriend, en dat zou al veel zijn. Een zoon! Hij maakt de weg voor ons vrij om Hem met het liefdevolle respect van een zoon te benaderen en, durf ik te beweren, ook met het lef van de zoon van een Vader die het niet over zich kan verkrijgen hem ook maar iets te weigeren.

Dit punt in een andere taal