Josemaría Escrivá Obras
34

Een goede herder en een goede gids



Als de roeping er het eerst is en het licht van de ster voor ons uit gaat om ons op de weg van de Liefde te begeleiden, dan hebben we geen reden om te gaan twijfelen als we dat licht af en toe uit het oog verliezen. In ons geestelijk leven kan hetzelfde gebeuren als wat de drie koningen op hun reis overkwam: de ster verdwijnt. Dat gebeurt bijna altijd door onze eigen schuld. We hebben de goddelijke glans van onze roeping leren kennen, we zijn ervan overtuigd dat deze een definitief karakter heeft, maar misschien wordt het stof dat we bij het lopen doen opwaaien — het stof van onze ellende — een dichte wolk, waar het licht niet meer doorheen kan dringen.

Wat moeten wij dan doen? Het voorbeeld van die heilige mannen volgen en vragen stellen. Herodes gebruikte de wetenschap om onrecht te doen, de wijzen om goed te doen; maar de christenen hoeven niet met hun vragen naar Herodes of naar de wijzen van deze wereld te gaan. Christus heeft zijn Kerk de zekerheid van zijn leer en de genadestroom van de sacramenten gegeven. Hij heeft ook gezorgd voor mensen die ons kunnen oriŽnteren, die ons begeleiden en ons steeds aan de juiste weg herinneren. Wij beschikken over een oneindige schat aan wetenschap: het Woord van God dat door de Kerk veilig wordt bewaard, de genade van Christus die in de sacramenten wordt toegediend, het getuigenis en het voorbeeld van mensen in onze omgeving die een rechtschapen leven leiden en de weg van trouw aan God zijn ingeslagen.

Ik wil jullie graag een raad geven voor als je de helderheid van het licht ooit zou kwijtraken: neem altijd je toevlucht tot de goede herder. En wie is de goede herder? Wie door de deur binnengaat van trouw aan de leer van de Kerk; wie zich niet gedraagt als een huurling die, als hij de wolf ziet aankomen, de schapen in de steek laat en vlucht; en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen (zie Joh 10, 1-21). Het woord van God heeft een diepe betekenis: als Christus met zoveel nadruk spreekt over schapen en herders, over stal en kudde — en het kan niemand ontgaan dat Hij met veel liefde spreekt — dan geeft dat duidelijk aan dat onze ziel goede leiding nodig heeft.

De heilige Augustinus schrijft: Waren er geen slechte herders, dan had Hij niet over goede gesproken. Wie is de huurling? Degene die de wolf ziet en vlucht. Degene die zijn eigen eer en niet de eer van Christus zoekt. Degene die de zondaars niet vrijmoedig op hun fouten durft te wijzen. De wolf pakt een schaap bij de keel, de duivel verleidt een gelovige tot echtbreuk. En jij zwijgt en wijst niet terecht. Je bent een huurling. Je hebt de wolf zien komen en bent gevlucht. Misschien zegt hij: Hier ben ik, ik ben niet gevlucht. Maar ik antwoord: Nee, je bent wťl gevlucht, omdat je gezwegen hebt. En je hebt gezwegen, omdat je bang was [H. Augustinus, In Iohannis Evangelium tractatus, 46, 8 (PL 35, 1732)].

De heiligheid van de bruid van Christus is altijd — ook nu — gebleken uit de overvloed aan goede herders. Maar het christelijk geloof dat ons leert eenvoudig te zijn, maakt ons niet naÔef. Er zijn huurlingen die zwijgen en huurlingen die spreken, maar hun woorden zijn niet de woorden van Christus. Als de Heer toelaat dat we, ook in kleine dingen, in het donker tasten en merken dat ons geloof niet sterk genoeg is, dan moeten we ons heil zoeken bij de goede herder. De goede herder komt door de deur naar binnen, dat is zijn recht, en hij geeft zijn leven voor de anderen, hij laat met woord en daad zien dat zijn hart vol liefde is. Hij is misschien ook een zondaar, maar hij vertrouwt altijd op de vergiffenis en de barmhartigheid van Christus.

Als je geweten onrustig is doordat je onzeker bent over een fout die je hebt gemaakt, ga dan het boetesacrament ontvangen, ook als je denkt dat het niet om iets ernstigs gaat. Ga naar een priester die zich echt om jou bekommert en die van jou een vast geloof, een zuiver voelend hart en christelijke standvastigheid verlangt. Wij hebben in de Kerk de grootst mogelijke vrijheid om te biechten bij welke priester dan ook, mits hij de vereiste kerkelijke bevoegdheid heeft. Maar een christen die leeft zoals het hoort, zal in alle vrijheid naar een priester gaan van wie hij weet dat hij een goede herder is die hem kan helpen naar omhoog te kijken en de ster van de Heer weer aan de hemel te zien.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende