Josemaría Escrivá Obras
37

Samen met de wijzen bieden wij Hem tenslotte mirre aan, een offer dat in het leven van de christen niet mag ontbreken. Mirre herinnert ons aan het lijden van de Heer: ze geven Hem aan het kruis mirre met wijn te drinken (zie Mc 15, 23) en met mirre zalven ze zijn lichaam voor ze Hem begraven (zie Joh 19, 39). Maar denk niet dat het een droevige noot op het blije feest van vandaag is, als nu we ook stilstaan bij de noodzaak van offer en versterving.

Versterving is geen uitdrukking van pessimisme of verbittering. Zonder naastenliefde heeft de versterving geen waarde. Daarom mogen de verstervingen die wij zoeken, en die ons innerlijk losmaken van de dingen van de wereld, geen bron van versterving zijn voor de mensen om ons heen. Een christen kan geen beul, noch een kniesoor zijn. Hij is een mens die liefheeft met daden, en het lijden is voor hem een toetssteen van de liefde.

Ik wil opnieuw benadrukken dat de versterving doorgaans niet bestaat uit grote daden van zelfverloochening, waarvoor de gelegenheid zich trouwens niet zo vaak voordoet, maar uit kleine overwinningen: een glimlach voor iemand die ongelegen komt, nee zeggen tegen de grillen waar ons lichaam om vraagt, zich de gewoonte eigen maken om naar anderen te luisteren, de tijd goed besteden die God ons ter beschikking stelt…, en zoveel andere schijnbaar onbelangrijke kleinigheden — tegenslagen, moeilijkheden en redenen tot verdriet — die we in de loop van de dag tegenkomen zonder dat we ze zoeken.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende