Josemaría Escrivá Obras
44

Wat uit Liefde gedaan wordt is altijd groot, ook dingen die van weinig belang lijken. God is ons, mensen, die niet meer dan arme schepselen zijn, tegemoet gekomen en heeft ons gezegd dat Hij van ons houdt: Deliciae meae esse cum filiis hominum, het is mijn vreugde om onder de mensenkinderen te zijn (Spr 8, 31). Hij laat ons zien dat alles belangrijk is: alles wat menselijk gezien buitengewoon is, maar ook wat in onze ogen van weinig betekenis is. Niets gaat verloren. Geen mens wordt door God veracht. Hij nodigt alle mensen uit voor het koninkrijk der hemelen, waarbij iedereen zijn eigen roeping volgt: thuis, in zijn beroep, in de verplichtingen die bij zijn levensstaat horen, in zijn burgerplichten en in het gebruik van zijn rechten.

Dit leren we van het leven van de heilige Jozef dat eenvoudig, normaal en onopvallend was, dat jaar in jaar uit bestond uit hetzelfde werk, in een eentonige opeenvolging van de dagen. Dat heb ik vaak overdacht als ik bij de figuur van de heilige Jozef stilstond en het is een van de redenen waarom ik een speciale devotie tot hem heb.

Toen paus Johannes XXIII vorig jaar op 8 december, in zijn afsluitingsrede van de eerste zitting van het Tweede Vaticaans Concilie, aankondigde dat de naam van de heilige Jozef in het eucharistisch gebed van de Mis zou worden opgenomen, werd ik door een hoge kerkelijke autoriteit gebeld die zei: Rallegramenti! Gefeliciteerd! Toen ik die aankondiging hoorde dacht ik meteen aan u, hoe blij u daarmee zou zijn. En dat was ook zo, want het concilie dat de hele Kerk die in de heilige Geest verenigd is vertegenwoordigt, heeft de onschatbare waarde van het leven van de heilige Jozef afgekondigd, de waarde van een eenvoudig arbeidzaam leven dat gericht is op God en waarin zijn goddelijke wil volledig werd vervuld.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende