Josemaría Escrivá Obras
86

De hele Drie-eenheid is aanwezig bij het altaaroffer. Gehoorzaam aan de wil van de Vader en met de medewerking van de heilige Geest biedt de Zoon zich als verlossend offer aan. Laten wij leren om te gaan met de allerheiligste Drie-eenheid, met de Ene en Drie-ene God, drie goddelijke Personen die één zijn in hun wezen, in hun liefde en in hun werkzaam, heiligend handelen.

Direct na de handwassing bidt de priester: Aanvaard, heilige Drievuldigheid, dit offer dat wij U opdragen ter gedachtenis aan het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart van Jezus Christus onze Heer (Missale Romanum, 1962, offertorium, aanbieding aan de heilige Drie-eenheid). En aan het einde van de Mis hebben we nog een gebed van gloedvolle eerbetuiging aan de Ene en Drie-ene God: Moge, heilige Drievuldigheid, de hulde van mijn dienstwerk U behagen en laat het offer dat ik onwaardig voor uw Majesteit heb opgedragen, U welgevallig zijn en mij en allen voor wie ik het heb opgedragen door uw barmhartigheid verzoening bereiden (Missale Romanum, 1962, gebed voor de slotzegen).

De heilige Mis — dat wil ik nog eens herhalen — is geen menselijke handeling, maar een handeling van de Allerheiligste Drie-eenheid. Wanneer de priester de Mis opdraagt stelt hij zich in dienst van het plan van de Heer door Hem zijn lichaam en zijn stem ter beschikking te stellen, maar hij handelt niet in zijn eigen naam, maar in persona et in nomine Christi, in de Persoon en in de naam van Christus.

De liefde van de Drie-eenheid voor de mensen maakt dat alle genade voor de Kerk en voor de mensheid voortkomt uit de aanwezigheid van Christus in de Eucharistie. Dit is het offer waarover Maleachi profeteerde: Van de opkomst van de zon tot aan haar ondergang is mijn naam groot onder de volken; overal wordt aan mijn naam een wierookoffer gebracht en een reine offergave (Mal 1, 11). Het is het offer van Christus dat met de medewerking van de heilige Geest aan de Vader wordt aangeboden. Dit offer heeft een oneindige waarde en doet de verlossing voor eeuwig in ons voortduren; hiervoor waren de offers van de oude Wet niet toereikend.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende