Josemaría Escrivá Obras
87

De heilige Mis in het leven van de christen

De heilige Mis, die het geschenk van de Drie-eenheid aan de Kerk is, plaatst ons voor de fundamentele mysteries van het geloof. Het is dan ook duidelijk dat de Mis het centrum en de wortel van het geestelijk leven van de christen is. Daar zijn alle sacramenten op gericht (zie H. Thomas, Summa theologiae, III, q. 65, a. 3). In de heilige Mis komt het leven van de genade, dat bij het doopsel in onze ziel werd gelegd en door het vormsel gesterkt verder groeit, tot volle ontplooiing. Wanneer wij deelnemen aan de heilige Eucharistie, schrijft de heilige Cyrillus van Jeruzalem, ondervinden wij de geestelijke inwerking van de heilige Geest, die ons vergoddelijkt. Hij maakt ons niet alleen gelijkvormig aan Christus zoals bij het doopsel, maar maakt ons geheel en al gelijk aan Christus, door ons deelgenoot te maken van de volheid van Jezus Christus (Catechese, 22, 3).

De uitstorting van de heilige Geest die ons gelijkvormig maakt aan Christus, leidt ons tot het besef dat wij kinderen van God zijn. Wij leren van de Vertrooster die liefde is, ons hele leven op die deugd te baseren en daarom kunnen wij, consummati in unum, volmaakt één met Christus (Joh 17, 23), voor de mensen zijn wat de heilige Augustinus zegt van de Eucharistie: een teken van eenheid, een band van liefde [In Ioannis Evangelium tractatus, 26, 13 (PL 35, 1613)].

Het is niets nieuws als ik zeg dat sommige christenen een heel armoedige kijk op de heilige Mis hebben; voor velen gaat het daarbij slechts om een ritueel, zo niet om een sociale gewoonte. Dat komt doordat ons hart in zijn kortzichtigheid in staat is zelfs het grootste geschenk van God aan de mensen uit sleur te ontvangen. In de heilige Mis, in deze Mis die wij nu vieren, ik herhaal het nog eens, is de allerheiligste Drie-eenheid op een bijzondere wijze werkzaam. Alleen met een volledige overgave van lichaam en ziel kunnen wij aan zoveel liefde beantwoorden: we horen God, we spreken met Hem, we zien Hem, we proeven Hem. En als woorden tekortschieten kunnen we zingen en onze tong gebruiken — Pange, lingua! loof, mijn tong! — om in aanwezigheid van heel de mensheid de grootheid van de Heer te bezingen.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende