99

Het geloof in de gestorven en verrezen Christus dat op ieder moment van ons leven aanwezig is, geeft licht aan ons geweten en spoort ons aan om bij de vraagstukken en problemen van de mensheid betrokken te zijn. De christen is in deze geschiedenis — die begon met de schepping van de wereld en zal eindigen met de voleinding van de tijd — niet iemand zonder vaderland, maar een burger van de aardse stad, met een ziel vol verlangen naar God, wiens liefde hij tijdens deze etappe al ervaart en waarin hij het doel herkent waartoe wij allen zijn geroepen.

Wat mijn persoonlijke getuigenis aangaat, kan ik zeggen dat ik mijn werk als priester en zielenherder altijd heb opgevat als de taak om iedere persoon te confronteren met de eisen die het leven aan hem stelt, en hem te helpen ontdekken wat God concreet van hem vraagt. Dit heb ik altijd willen doen zonder de onafhankelijkheid en de persoonlijke verantwoordelijkheid die kenmerkend zijn voor een christelijk geweten aan te tasten. Deze instelling is gebaseerd op respect voor de transcendentie van de geopenbaarde waarheid en op de liefde voor de vrijheid van het menselijk schepsel. Ik zou eraan kunnen toevoegen dat ze ook is gebaseerd op de zekerheid dat de geschiedenis niet bij voorbaat vastligt, maar open is voor velerlei mogelijkheden die God niet heeft willen inperken.

Christus volgen betekent niet dat je een kerk binnenvlucht en je schouders ophaalt voor de ontwikkelingen in de maatschappij en voor de prestaties en de dwalingen van de mensen en de volkeren. Integendeel, het christelijk geloof laat ons de wereld zien als de schepping van de Heer en daarom waarderen we alles wat edel en mooi is, erkennen we de waardigheid van iedere persoon, die immers naar het beeld van God gemaakt is, en bewonderen we dat heel speciale geschenk van de vrijheid. Dat geschenk maakt ons heer en meester over onze eigen daden en stelt ons in staat om, met de genade van God, aan onze eeuwige bestemming te werken.

We zouden het geloof bagatelliseren en er een aardse ideologie van maken, als we een politiek-religieuze vlag gingen hijsen om in naam van wie weet welke goddelijke bevoegdheid anderen te veroordelen, enkel en alleen omdat ze onze manier van denken niet delen over problemen die gezien hun aard vatbaar zijn voor talrijke, uiteenlopende oplossingen.

Dit punt in een andere taal