Josemaría Escrivá Obras
2

Buiten de stad, ten noordwesten van Jeruzalem, ligt een kleine heuvel: in het Aramees Golgotha, Schedelplaats, geheten, in het Latijn locus Calvariae, KalvariŽ. Jezus geeft zich weerloos over aan de voltrekking van het vonnis. Niets zal Hem gespaard blijven. Het gewicht van het smadelijk kruis valt op zijn schouders. Maar het Kruis zal, door de kracht van de liefde, de troon van zijn koningschap worden.

De mensen van Jeruzalem en de vreemdelingen die voor het Paasfeest gekomen zijn, staan opeengehoopt langs de straten van de stad om Jezus de Nazarener, de Koning der Joden, voorbij te zien komen. Er heerst een druk geroezemoes; met af en toe korte stiltes: misschien telkens wanneer Christus zijn blik op iemand richt: Zo iemand mijn leerling wil zijn, dan neme hij zijn kruis op van elke dag en volge Mij (Mt 16, 24). Met hoeveel liefde omhelst Jezus het hout waaraan Hij sterven zal!

Is het niet waar, dat zodra je ophoudt bang te zijn voor het Kruis, voor wat de mensen een kruis noemen, zodra je je ertoe aanzet de goddelijke Wil te aanvaarden, dat je dan gelukkig bent, en dat alle zorgen, alle zowel lichamelijke als geestelijke smarten voorbijgaan?

Het Kruis van Jezus is waarachtig zacht en beminnenswaardig. De tegenslagen tellen daarbij niet meer mee, alleen de vreugde, zich met Hem medeverlosser te weten.

Gedachten ter overweging

1. De stoet wordt opgesteld... Jezus, met hoon overladen, is het doelwit van de spot van allen die Hem omringen. Hij, die in de wereld alleen maar weldoende rondging en allen genas van hun kwalen (vgl. Hand. 10, 38).

Hij, Jezus, de goede Meester, die gekomen is om ons, ver afgedwaalden, te zoeken, wordt naar het schavot gebracht.

2. Als gold het een feest, zo hebben ze een optocht voorbereid, een lange processie. De rechters willen van hun overwinning genieten door er een langzame en genadeloze terechtstelling van te maken.

Jezus zal de dood niet in een oogwenk ontmoeten... Hem is tijd gegund, opdat lijden en liefde zich langer kunnen vereenzelvigen met de allerbeminnelijkste Wil van de Vader. Ut facerem voluntatem tuam, Deus meus, volui, et legem tuam in medio cordis mei (Ps. 39, 9): Ik schep mijn behagen in het vervullen van uw Wil, mijn God. Uw wet is in mijn hart geprent.

3. Naarmate je Christus meer toebehoort, des te meer genade zul je ontvangen voor je werk op aarde en voor je eeuwig geluk.

Maar je moet wel besluiten de weg van de overgave te volgen: het Kruis op je schouders, een glimlach op je lippen en een licht in je ziel.

4. Je hoort in je binnenste: "Wat is dat juk dat je vrijwillig op je nam toch zwaar!"... Het is de stem van de duivel, de drukkende last... van je hoogmoed.

Vraag de Heer om nederigheid, en dan zal ook jij de woorden van Jezus begrijpen: Iugum enim meum suave est, et onus meum leve (Mt. 11,30), die ik graag vrij vertaal als volgt: Mijn juk is de vrijheid, mijn juk is de liefde, mijn juk is de eenheid, mijn juk is het leven, mijn juk is de doeltreffendheid.

5. Er heerst rondom ons een soort angst voor het Kruis, voor het Kruis van de Heer. En dat komt doordat men begonnen is alle onaangenaamheden van het leven een kruis te noemen, zonder in staat te zijn alles te dragen als kinderen van God, met een bovennatuurlijke visie. Men haalt zelfs de kruisen weg, die onze voorouders langs de wegen hebben geplaatst!...

Gedurende de Passie van de Heer hield het Kruis op het symbool van de straf te zijn, om het teken van de overwinning te worden. Het Kruis is het embleem van de Verlosser: In quo est salus, via et resurrectio nostra: Daarin bevindt zich ons heil ons leven en onze verrijzenis.

Vorige Volgende