Josemaría Escrivá Obras
822

Je vertelde me in vertrouwen hoe je in het gebed je hart bij de Heer uitstortte: “Ik overweeg mijn ellende die, ondanks uw genade, alleen maar groter lijkt te worden. Dat komt ongetwijfeld doordat ik er niet goed aan beantwoord. Ik weet dat ik absoluut niet berekend ben voor de onderneming die U van mij vraagt. In kranten lees ik dat veel aanzienlijke, begaafde en rijke mensen spreken, schrijven en in actie komen om uw Rijk te verdedigen... En als ik dan naar mijzelf kijk, vind ik mij zo waardeloos, zo onwetend, zo armoedig, in één woord zo klein..., dat ik in de war zou raken en me zou schamen, als ik niet wist dat U van mij houdt zoals ik ben. Maar, Jezus, U weet ook dat ik mijn ambities van harte aan uw voeten heb gelegd... Geloof en Liefde: beminnen, geloven, lijden. Daarin wil ik wel rijk en bekwaam zijn, maar alleen in die mate waarin Gij dat in uw grenzeloze barmhartigheid hebt vastgesteld. Heel mijn aanzien en mijn eer wil ik aanwenden om uw allerrechtvaardigste en allerbeminnelijkste wil trouw te vervullen.”

Ik heb je aangeraden het niet bij die mooie verlangens te laten.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende