Josemaría Escrivá Obras
111

Echte armoede bestaat grotendeels in het offer, het kunnen afzien van het overbodige, dat niet zozeer met theoretische maatstaven gemeten wordt, maar veeleer met deze innerlijke stem die ons waarschuwt, wanneer het egoÔsme of de overdreven gemakzucht binnendringt. Comfort, in de positieve zin van het woord, is noch luxe noch overdaad, maar een middel om het leven voor het eigen gezin en voor andere mensen prettiger te maken, zodat ze God beter kunnen dienen.

Armoede bestaat in het zich onthechten van de aardse dingen, in het vermogen om eventueel ook onprettige dingen en het gebrek aan materiŽle middelen met blijdschap te accepteren. Bij armoede hoort ook dat men de hele dag bezet heeft met een flexibel rooster en elk uur met een nuttige bezigheid kan vullen, dat men de dingen zo goed mogelijk doet en ervoor zorgt dat ook kleinigheden stipt, netjes en in een goed humeur verlopen. In een dergelijke dagindeling moet, afgezien van de tijden voor het gebedsleven, de nodige tijd vrij blijven voor zinvolle ontspanning en voor het samenzijn met het gezin, en verder voor lectuur, hobby's, kunst en dergelijke. Kortweg, het gaat erom, voor de dienst aan onze medemensen en ook voor onszelf tijd te vinden, zonder te vergeten dat alle mensen, mannen en vrouwen, en niet alleen de armen, de plicht hebben te werken. Rijkdom en materiŽle welvaart zijn alleen maar een teken dat men meer verplicht is om verantwoordelijkheid tegenover de hele maatschappij te voelen.

Wat aan het offer zin geeft is de liefde. Elke moeder weet wat het betekent zich voor de kinderen op te offeren, niet alleen maar een paar uur van de dag aan ze te besteden, maar zich een leven lang aan hun welzijn te wijden. Je gedurende je hele leven op je medemensen oriŽnteren en zo'n gebruik maken van de dingen dat je de anderen altijd iets kunt geven, dat zijn heel concrete aspecten van de armoede die garanderen dat je echt onthecht bent.

Voor een moeder is het niet alleen van belang zelf zo te leven, maar ook haar kinderen in deze geest op te voeden. Ze moet in hen het geloof, de optimistische hoop en de liefde aanwakkeren; hun leren hun egoÔsme te overwinnen en edelmoedig een deel van hun tijd te besteden om minder bedeelde mensen te helpen door aan hun leeftijd aangepaste taken uit te voeren, waardoor de zin van menselijke en goddelijke saamhorigheid tot uiting komt.

Kort samengevat: ieder moet in het leven zijn roeping vervullen. Het beste voorbeeld van armoede zijn voor mij altijd deze vaders en moeders van kinderrijke en arme gezinnen geweest, die helemaal voor hun kinderen leven, die met hun inspanning en doorzettingsvermogen, vaak zonder ook maar ťťn woord over de moeilijkheden te uiten, het gezin vooruit helpen, er een blij thuis van maken, waarin allen leren beminnen, dienen en werken.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende