Josemaría Escrivá Obras
122

Bovendien zullen jullie niet ontkennen dat slechts onder degenen die de menselijke liefde in zijn hele diepte begrijpen en waarderen, begrip kan ontstaan voor dat andere verheven goed, waarover Jezus spreekt (vgl. Mt 19,11). Ik bedoel deze zuivere genadegave van God, die de mens aanzet zijn lichaam en ziel aan de Heer te geven en Hem, zonder tussenkomst van een aardse liefde, een ongedeeld hart aan te bieden.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende