Josemaría Escrivá Obras
126

Tot slot wil ik met u een paar gedachten wijden aan het evangelie van vandaag: Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te BetaniŽ, waar Lazarus woonde die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Marta bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus' voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur (Joh 12, 1≠3). Wat een verrukkelijk helder teken van grootmoedigheid ligt er in de verspilling van Maria! Judas vindt het maar niks dat er een balsem vermorst is die wel —in zijn hebzucht had hij het precies uitgerekend— driehonderd denaries (vgl. Joh 12, 5) waard was.

Echte onthechting leidt ertoe, dat we edelmoedig zijn tegenover God en onze broeders en zusters. Ze brengt ons ertoe hulpbronnen te zoeken, ons niet te ontzien anderen te helpen die het nodig hebben. Een christen kan niet volstaan met enkel het werk te doen dat voldoende inkomen oplevert voor hem en de zijnen. Zijn grootheid van harte zal hem dwingen een handje uit te steken om anderen te helpen, uit naastenliefde en ook uit rechtvaardigheidszin, zoals de heilige Paulus aan de Romeinen schrijft: Want de gemeenten van MacedoniŽ en AchŠÔa hebben besloten een collecte te houden voor de armen onder de heiligen te Jeruzalem. Een mooi besluit, maar zij staan ook bij hen in de schuld; daar de heiligen deel hebben gekregen aan hun geestelijke gaven, zijn zij van hun kant verplicht hen materieel bij te staan (Rom 15, 26≠27).

Wees niet karig of vrekkig tegenover Hem die zich zo royaal voor ons heeft overtroffen dat hij zich voor ons helemaal heeft overgeleverd, zonder maat. Bedenk eens: wat kost het u, zelfs als we het over geld hebben, dat u christen bent? Maar vergeet vooral niet dat God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten, van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk (2 Kor 9, 7≠8).

Nu we in deze Goede Week dichter bij het lijden van Christus komen, vragen we aan de allerheiligste Maagd Maria, dat wij, net als zij (vgl. Luc 2, 19), deze lessen in ons hart zullen kunnen overwegen en bewaren.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende