Josemaría Escrivá Obras
127

Homilie gehouden op Palmzondag, 3 april 1955

Ego sum via, veritas et vita (Joh 14, 6), Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Met deze ondubbelzinnige woorden heeft de Heer aangegeven wat de echte waarheid is die naar het eeuwig geluk leidt. Ego sum via, Hij is het enige verbindingspad tussen hemel en aarde. Hij zegt het tot alle mensen, maar in het bijzonder tot hen die —zoals u en ik— Hem hebben gezegd vastbesloten te zijn hun roeping als christen serieus te nemen, zodat God steeds in hun gedachten, op hun lippen en in heel hun handelen aanwezig zal zijn, ook in het allergewoonste, dagelijkse doen en laten.

Jezus is de weg. Hij heeft op deze wereld duidelijke sporen van zijn stappen achtergelaten, onuitwisbare tekenen die noch door het verglijden der tijden, noch door het verraad van de vijand vervaagd zijn. Iesus Christus heri, et hodie: ipse et in saecula (Heb 13, 8), wat denk ik hier graag aan. Jezus Christus, dezelfde die hier gisteren was voor de apostelen en de mensen die Hem zochten, leeft vandaag voor ons en zal door de eeuwen heen leven. Wij, mensen, kunnen soms zijn altijd aanwezige gelaat niet ontwaren omdat we met vermoeide of benevelde blik kijken. Vraag Hem nu, bij het begin van ons gebed bij het Tabernakel, zoals de blinde uit het evangelie: Domine, ut videam (Luc 18, 41), Heer, dat ik zien zal! Laat mijn verstand verlicht worden, laat het woord van Christus doordringen in mijn geest; laat zijn Leven wortel schieten in mijn ziel om mij met het oog op de eeuwige heerlijkheid om te vormen.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende