Josemaría Escrivá Obras
135

Nog een voorbeeld, ook uit het gewone leven. Sint Paulus vermeldt het: En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke (1 Kor 9, 25). U hoeft maar een blik om u heen te werpen. Zie hoeveel opofferingen men zich min of meer graag getroost —mannen en vrouwen— voor de verzorging van hun lichaam, voor een goede gezondheid, om door anderen geapprecieerd te worden... Zouden we dan omwille van die onmetelijke liefde van God —waaraan de mensheid zo slecht beantwoordt— niet in staat zijn onszelf ertoe te krijgen ons te versterven waar we ons moeten versterven, zodat onze geest en ons hart met veel meer aandacht voor de Heer zullen leven?

De christelijke mentaliteit is in veel gewetens dusdanig op zijn kop gezet, dat de woorden versterving en boete hen alleen maar doen denken aan streng vasten en boete-oefeningen die vermeld worden in de verbazingwekkende verhalen van sommige heiligenlevens. Bij het begin van deze meditatie hebben wij de voor zich sprekende stelling geponeerd dat het voorbeeld, dat we moeten navolgen, Jezus Christus is. Wel, als voorbereiding op zijn prediking trekt Hij zich terug in de woestijn om veertig dagen te vasten (vgl. Mat 4, 1­11), maar daarvoor en daarna beoefende hij de deugd van de matigheid op zo'n natuurlijke wijze, dat zijn vijanden het waagden Hem te belasteren als die gulzigaard en wijndrinker, die vriend van tollenaars en zondaars (Luc 7, 34).

Vorige Zie hoofdstuk Volgende