Josemaría Escrivá Obras
142

Homilie gehouden op 5 april 1964, Beloken Pasen

Beloken Pasen doet me altijd denken aan een oude en vrome traditie uit mijn geboortestreek. Op die dag waarop de liturgie oproept te verlangen naar het geestelijk voedsel —rationabile, sine dolo lac concupiscite (1 Petr 2, 2 (Intro´tus van de Mis)), weest begerig naar de onvervalste geestelijke melk—, was het vroeger gewoonte de Heilige Communie naar de zieken —niet alleen naar de ernstige gevallen— te brengen, opdat zij hun paasplicht zouden kunnen vervullen.

In enkele grote steden organiseerde elke parochie een sacramentsprocessie. Ik herinner me uit mijn studentenjaren aan de universiteit hoe het vaak voorkwam dat er wel drie stoeten passeerden over de hoofdstraat van Zaragoza waarin alleen mannen meeliepen —duizenden mannen— met grote brandende kaarsen. Een robuust volk dat de Heer in het Allerheiligste begeleidde met een geloof dat groter was dan die enorme kaarsen die kilo's wogen.

Toen ik vannacht een paar keer wakker werd, heb ik bij wijze van schietgebed telkens herhaald quasi modo geniti infantes (Ibidem), als pasgeboren kinderen. Ik dacht dat die aansporing van de Kerk goed van pas komt voor allen die zich de werkelijkheid van het kindschap Gods bewust zijn. Het zou mooi zijn als wij heel robuust zouden zijn, heel sterk, met een wilskracht die in staat is onze omgeving te be´nvloeden. Maar toch, wat is het goed ons tegenover God te beschouwen als kleine kinderen.

Wij zijn kinderen van God

Quasi modo geniti infantes, rationabile, sine dolo lac concupiscite (1 Petr 2, 2 (Intro´tus van de Mis)): weest als pasgeboren kinderen begerig naar de onvervalste geestelijke melk. Dit is een prachtig vers van Petrus en ik begrijp heel goed, dat de liturgie er op laat volgen: exsultate Deo adiutori nostro: iubilate Deo Jacob (Ps 81, 2 (Intro´tus van de Mis)), jubelt voor God, onze Sterkte; juicht de God van Jacob ter eer, die ook onze Heer en Vader is. Toch zou ik willen dat wij, u en ik, vandaag niet het heilig sacrament des altaars, dat zo makkelijk aan ons hart de meest verheven lofzangen voor Jezus ontlokt, tot voorwerp van onze overwegingen maken; maar de zekerheid van het kindschap Gods, en ook een paar gevolgen daarvan voor allen die ernaar streven hun christelijk geloof serieus te beleven.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende