Josemaría Escrivá Obras
176

Het voorbeeld van Christus

Onze Heer Jezus Christus is gedurende zijn gehele aardse leven overspoeld met smaad en hoon. Hij is op alle mogelijke manieren mishandeld. Weet u dat nog? Er wordt rondgebazuind dat Hij zich gedraagt als een oproerkraaier en men beweert dat Hij van de duivel bezeten is (vgl. Mat 11, 18). Een andere keer worden de blijken van zijn oneindige liefde verkeerd uitgelegd en verwijt men Hem een zondaarsvriend te zijn (vgl. Mat 9, 11).

Later wordt Hem, die de boetvaardigheid en ingetogenheid in persoon is, ten laste gelegd dat Hij de tafels der rijken frequenteert (vgl. Luc 19, 7). Men noemt Hem ook minachtend fabri filius (Mat 13, 55), zoon van een werkman, van een timmerman, alsof dat een scheldnaam zou zijn. Hij verzet Zich niet tegen de verwijten een drinkebroer, een gulzigaard te zijn. Hij laat zich van alles beschuldigen, behalve dat Hij niet kuis zou zijn. Op dat punt heeft Hij hen de mond gesnoerd, want Hij wil dat zijn voorbeeld voor ons door niets overschaduwd wordt: een prachtig voorbeeld van zuiverheid, van helderheid, van licht, van liefde, dat de hele wereld in vuur en vlam weet te zetten om haar te zuiveren.

Wat mij betreft, als ik het over de heilige zuiverheid heb, overweeg ik altijd graag het gedrag van Onze Heer. Hij heeft altijd een grote fijngevoeligheid getoond in deze deugd. Richt uw aandacht eens op wat Sint Jan vertelt, toen Jezus fatigatus ex itinere, sedebat sic supra fontem (Joh 4, 6), vermoeid van de reis, zomaar bij de bron ging zitten.

Richt uw blik naar binnen en breng het tafereel weer helemaal tot leven: Jezus Christus, perfectus Deus, perfectus homo (Symbolum Quicumque), is moe van de tocht en van het apostolisch werk. Zoals het u wel eens overkomen is, dat u doodmoe ophield, omdat u niet meer kon. Het is roerend de Meester uitgeput te zien. Bovendien heeft Hij honger: de leerlingen zijn naar het nabijgelegen stadje gegaan om iets te eten te halen. En Hij heeft dorst.

Meer dan door lichamelijke vermoeidheid echter wordt Hij verteerd door de dorst naar zielen. Daarom stroomt bij de komst van de Samaritaanse, die zondares, het priesterhart van Christus over, bezorgd, om het verdoolde schaap weer terug te krijgen: zo vergeet Hij vermoeidheid, honger en dorst.

De Heer was bezig met dat grote liefdewerk, toen de apostelen terugkwamen uit de stad. En mirabantur quia cum muliere loquebatur (Joh 4, 27), zij verwonderden zich dat Hij in zijn eentje met een vrouw sprak. Wat een bezorgdheid! Wat een liefde voor de verrukkelijke deugd van de heilige zuiverheid, die ons helpt sterker, stoutmoediger, vruchtbaarder, effectiever in het werk voor God, effectiever in al het grote te zijn.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende