Josemaría Escrivá Obras
284

Leermeesteres van geloof, hoop en liefde

“Door haar liefde heeft Maria eraan meegewerkt dat er in de Kerk gelovigen geboren zullen worden, lidmaten behorend bij dat Hoofd waarvan zij naar het vlees de echte moeder is” (H. Augustinus, De Sancta Virginitate, 6 (PL 40, 399)). Als een moeder onderricht zij; en net als bij een moeder zijn haar lessen niet opzienbarend. Om te begrijpen wat zij ons wil laten zien, niet zozeer door beloften als wel door daden, is het nodig dat onze ziel een basis aan fijnzinnigheid en een minimum aan fijngevoeligheid bezit.

Leermeesteres van het geloof. Zalig zij die geloofd heeft (Luc 1, 45), zo begroet haar nicht Elisabet haar, wanneer Onze Lieve Vrouw de bergen overtrekt om haar te bezoeken. De akte van geloof van Maria moet iets geweldigs geweest zijn: Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord (Luc 1, 38). Bij de geboorte van haar Zoon beschouwt zij de grootse dingen van God hier op aarde: er is een koor van engelen en zowel de herders als de machtigen der aarde komen het Kind aanbidden. Vervolgens echter moet de heilige Familie naar Egypte vluchten om te ontsnappen aan de misdadige plannen van Herodes. Daarna heerst er stilte: dertig lange jaren van eenvoudig en gewoon leven, zoals dat van zoveel gezinnen in een klein dorpje in Galilea.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende