Josemaría Escrivá Obras
295

Spreken met God

Als gij mij aanroept en tot Mij bidt, zal Ik u verhoren (Jer 29, 12). Wij roepen Hem aan en bidden al pratend, door ons tot Hem te richten. Dat is de reden waarom wij gehoor geven aan de aansporing van de Apostel: sine intermissione orate, bidt zonder ophouden (1 Tess 5, 17), wat er ook gebeurt. “Niet alleen van harte, maar van ganser harte” (H. Ambrosius, Expositio in Psalmum CXVIII, 19, 12 (PL 15, 1471)).

U zult denken, dat het leven niet altijd makkelijk is, dat er geen gebrek is aan onaangenaamheden, zorgen en verdriet. Met de apostel Paulus zal ik u antwoorden, dat noch de dood noch het leven, noch de engelen noch de boze geesten, noch wat is, noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer (Rom 8, 38­39). Niets kan ons verwijderen van Gods genegenheid, van de Liefde zelf, van de ononderbroken verhouding met onze Vader.

Is het aanbevelen van een dergelijke voortdurende vereniging met God niet het voorhouden van een dusdanig verheven ideaal, dat het onbereikbaar zal blijken te zijn voor de meeste christenen? Het doel is inderdaad hoog gesteld, maar niet onbereikbaar. Het pad dat tot de heiligheid voert, is het pad van het gebed. En het gebed moet beetje bij beetje in de ziel toenemen, zoals het zaadje dat uitgroeit tot een lommerrijke boom.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende