Josemaría Escrivá Obras
53

In de zaken van onze Vader

Ik denk dat een stuk uit het tweede hoofdstuk van het evangelie van Lucas ons het meest van dienst zal zijn om deze overweging te besluiten. Christus is een kind. De smart van zijn Moeder en die van de heilige Jozef is groot, want op de terugweg van Jeruzalem bevond Hij zich noch bij de zijnen, noch bij zijn vrienden. En wat een vreugde voor hen toen ze Hem vanuit de verte ontwaarden, terwijl Hij bezig was de schriftgeleerden te onderrichten. Maar let eens op de schijnbare hardheid van de woorden die in het antwoord aan zijn Moeder uit de mond van de Zoon kwamen: Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? (Luc 2, 49).

Was het niet logisch, dat ze Hem zochten? De zielen die weten wat het betekent Christus te verliezen en weer terug te vinden, kunnen dat begrijpen... Wat hebt ge toch naar Mij gezocht? Wist ge dan niet dat ik in de zaken van mijn Vader moest zijn? (Ibidem). Weet ge niet, dat Ik al mijn tijd moet wijden aan de Vader in de hemel?

Vorige Zie hoofdstuk Volgende