Josemaría Escrivá Obras
95

Hebt u niet opgemerkt, hoe een familie een waardevol maar breekbaar voorwerp, een bloemenvaas bijvoorbeeld, bewaart en met zorg omgeeft, opdat het niet zal breken? Totdat dit kostbaar souvenir op een dag door een spelend kind in scherven op de grond ligt. Groot is het verdriet, maar het wordt meteen weer in orde gemaakt. De vaas wordt weer in elkaar gezet, zorgvuldig gelijmd en na de restauratie is de vaas weer even mooi als tevoren.

Bestaat het stuk echter uit plateelwerk, of simpel aardewerk, dan zijn meestal een paar krammen voldoende, een paar stukken ijzerdraad of ander metaal, waarmee het geheel bij elkaar gehouden wordt. En de vaas die zo gerepareerd is krijgt een aparte charme.

Laten we dat eens toepassen op het innerlijk leven. Met onze armzaligheden, met onze zonden en fouten voor ogen —ook al zijn die dank zij de goddelijke genade niet omvangrijk— moeten we onze toevlucht nemen tot het gebed. We moeten tot onze hemelse Vader zeggen: Heer, neem de povere, breekbare scherven aardewerk van mijn gebroken vaas; Heer, zet ze met uw krammen weer in elkaar. Heer, dan zal ik —met mijn berouw en uw vergeving— steviger en mooier zijn dan tevoren. Een troostvol gebed dat we elke keer, als ons armzalig aardewerk gebroken is, moeten herhalen.

We moeten niet verbaasd zijn over onze breekbaarheid. We moeten zonder verwondering vaststellen dat ons gedrag door het minste of geringste wordt beÔnvloed. Heb vertrouwen in de Heer. Hij is altijd bereid te hulp te komen: De Heer is mijn licht en mijn heil, wie zou ik vrezen? (Ps 27, 1 (IntroÔtus van de Mis)). Niemand. Als we op deze manier spreken met onze Vader in de Hemel, laten we zien, dat we voor niets en niemand bang zijn.

Vorige Zie hoofdstuk Volgende